In wijken als Twekkelerveld en het Getfert maken bewoners zich grote zorgen om het toenemend aantal woningen in hun straten dat wordt opgesplitst in kamers voor de verhuur. Bewoners ervaren o.a. overlast, achteruitgang van sociale samenhang en daling van hun woningwaarde. Nu zijn de meeste verhuurders gelukkig van goede wil, onderhouden ze hun woningen goed en zijn aanspreekbaar als zich een probleem voordoet. Maar helaas zijn er ook de rotte appels, de huisjesmelkers pur sang, die hun woningen laten verloederen en weinig tot geen aandacht hebben aan de eisen voor bewoonbaarheid en brandveiligheid. Toch worden ook dergelijke slechte kamers verhuurd. Vaak aan bewoners die in de reguliere huurmarkt niet aan bod komen. Dat is alle reden tot zorg. Helemaal omdat het relatief vaak om kwetsbare bewoners gaat die juist een goede huisvesting en begeleiding nodig hebben om vooruit te komen in hun leven. Nu is er bij het vaststellen van de woonvisie vorig jaar besloten dat corporaties meer voor deze bewoners zouden moeten doen, een aanbod moeten creëren van zeer betaalbare kleinere wooneenheden waar huurders terecht kunnen die anders in de handen van slechte huisjesmelkers terecht zouden komen. Wat GroenLinks betreft, en ook veel andere fracties, kan een dergelijk aanbod niet snel genoeg worden gerealiseerd. Er wordt ook aan verschillende plannen gewerkt, maar het duurt nu eenmaal voordat een bouwproject kan worden gerealiseerd.

GroenLinks constateerde in de vorige raadsperiode al eens dat het aanbod van relatief goedkope woningen bij woningcorporaties sowieso beperkt is. Op een wat goedkopere huurwoning kwamen met het gemak 300 reacties, en zoektijden van over een jaar waren geen uitzondering. GroenLinks heeft de afgelopen jaren meermaals aandacht gevraagd voor de beperkte beschikbaarheid van betaalbare (huur)woningen, en ziet dat het politieke landschap kantelt ten faveure van de minder bedeelden. Waar het tot enkele jaren geleden bewust uitgangspunt van het woonbeleid was om het aanbod aan de ‘onderkant’ beperkt te houden (men vreesde toestroom van uitkeringsgerechtigden uit omringende gemeenten en wilde juist inzetten op duurdere woningen om welgestelden naar de stad te trekken), komt er de laatste jaren gestaag weer meer aandacht voor de minder bedeelde woningzoekers.
 
Maar wat GroenLinks betreft zijn we er daarmee nog niet. Woningbouwplannen blijven, hoewel steeds duurzamer op energie, nog steeds erg traditioneel: twee-onder-1-kappers blijven ongekend populair, gevolgd door korte rijtjes, vrije kavels en appartementen in verschillende prijsklassen. Maar meer en meer mensen willen wat anders. Zelf of met een groep gelijkgestemden tiny houses ontwikkelen, kangoeroewoningen waar verschillende generaties bij elkaar wonen om bijv. mantelzorg te verlenen, een paradijsvogelwoning voor iemand die niet past in de reguliere woon-zorg combinaties, mogelijkheden zijn er te over, maar toch worden dergelijke alternatievere woonvormen nauwelijks gebouwd. Net zoals ook het circulair bouwen met duurzame materialen of het gebruik van groene daken en groene gevels nauwelijks echt van de grond komt.

Ook al zijn er goede ontwikkelingen in het Enschedese woonbeleid, we zijn nog lang niet zover dat iedereen een geschikte, betaalbare en duurzame woning kan betrekken. In de komende raadsvergadering zal GroenLinks bij het bespreken van de woonvisie dan ook met voorstellen komen voor meer ruimte voor alternatievere woonvormen en meer groen, duurzaam en circulair bouwen.